Forensische laboratoria
Een laboratorium is verantwoordelijk voor zijn methode: gevalideerd, gedocumenteerd, herhaalbaar door een andere onderzoeker en verdedigbaar wanneer het rapport wordt aangevochten.
3D-scannen past in die discipline — een apparaat met opgegeven nauwkeurigheid, een geautomatiseerde werkbankvastlegging die het object één keer in handen neemt, en een verwerkingsgeschiedenis die bij elk project wordt bewaard.
Er zijn geen gevoelige zaakgegevens nodig.
Een methode om te validerenOpgegeven cijfers, een studie op uw eigen referenties, een SOP voor accreditatie.
Doorvoer op de werkbankGeautomatiseerde vastlegging op 0,005 mm; de tijd van de gebruiker gaat naar plaatsen en exporteren.
Objecten één keer in handenDe onderzoeker werkt op het model; het object blijft in bewaring.
Collegiale toetsing per bestandEen second opinion is een overdracht, geen transport.
Wat er verandert aan de werkbank

Geautomatiseerde vastlegging: Het object gaat één keer op de draaitafel; de scanner doet het draaien en levert een compleet model.
Vergelijking als geometrie: Betwist tegen bekend — huls tegen referentiehuls, afdruk tegen schoen — over elkaar gelegd en gemeten in plaats van beoordeeld onder één lamp.
Geschiedenis bij elk project: Ruwe scans en verwerkingsstappen bewaard; exports gehasht voor de verstrekking.
Rapporten die een beoordelaar kan volgen: Elk cijfer in het rapport herleidbaar tot een meting op een bestand dat een andere onderzoeker kan openen.
Validatie, doorvoer, rapportage — de drie dingen waaraan een laboratorium een methode afmeet
Een laboratorium koopt geen scanner; het neemt een methode aan. De eerste vraag is validatie: levert het apparaat, zoals dit laboratorium het gebruikt, de nauwkeurigheid die het rapport zal claimen? De pagina over validatie en SOP beschrijft de studie — referentieobjecten, herhaalbaarheid over meerdere gebruikers, vaste verwerking — en hoe het te citeren cijfer wordt gelezen staat op de pagina nauwkeurigheid van forensisch scannen.
Het tweede is doorvoer. Op de werkbank is de Artec Micro II geautomatiseerd: object plaatsen, starten, een model op 0,005 mm ontvangen. De tijd van de gebruiker gaat naar plaatsen en exporteren, zodat het zaakvolume het tempo bepaalt en niet de handelingen. Werktuigsporen, ballistisch sporenmateriaal en klein sporenmateriaal zijn de disciplines waar dat het meest telt; afdruksporen komen op de werkbank als scans van schoensporen en bandensporen die ter plaatse zijn gemaakt.
Het derde is het rapport. Elke meting daarin is herleidbaar tot een bestand dat een andere onderzoeker kan openen, en de bewijsketen voor dat bestand — ruwe data bewaard, verwerking gedocumenteerd, exports gehasht — is dezelfde discipline die het laboratorium al toepast op digitaal bewijs.
Welke scanner voor dit werk
Laboratoria beginnen meestal met de werkbankscanner of de handheld voor fijn detail — naargelang waar de werklast op wijst.

Artec Micro II
- Ideaal voor
- Objecten op de werkbank — hulzen, projectielen, fragmenten, tanden
- 3D-puntnauwkeurigheid
- Tot 0,005 mm
- 3D-resolutie
- Tot 0,04 mm
- Vastleggen
- Desktop, volledig geautomatiseerde draaitafel
- Objectgrootte
- Tot 200 × 200 × 150 mm
Nauwkeurigheid tot 0,005 mm en resolutie van 0,04 mm op een geautomatiseerde draaitafel, voor objecten tot 200 × 200 × 150 mm. Het object wordt één keer geplaatst.

Artec Spider II
- Ideaal voor
- Sporen, afdrukken, bot
- 3D-puntnauwkeurigheid
- Tot 0,05 mm
- 3D-resolutie
- Tot 0,1 mm
- Lichtbron
- Blauw gestructureerd licht, geen targets op het oppervlak
- Draagbaarheid
- Handheld, met kabel aan een laptop
Nauwkeurigheid tot 0,05 mm en resolutie van 0,1 mm met kleur, uit de hand — voor werktuigsporen, bijtafdrukken en afdrukken ter plaatse of op de werkbank.
Zie een gevalideerde werkbankmethode draaien op de soorten sporenmateriaal die uw laboratorium behandelt — vraag een demo aan.
Vraag een demo aanVragen uit de praktijk
Hoe wordt de methode gevalideerd voor accreditatie?
Referentieobjecten met bekende afmetingen gescand onder uw omstandigheden, herhaalbaarheid over meerdere gebruikers, vaste verwerking en een SOP — ondersteund door een Artec-partner. De pagina over validatie en SOP beschrijft de studie.
Welke doorvoer kunnen wij op de werkbank verwachten?
De vastlegging met de Micro II is geautomatiseerd: object plaatsen, starten, model ontvangen. De tijd van de gebruiker gaat naar plaatsen en exporteren, zodat de doorvoer wordt bepaald door de werklast en niet door de handelingen.
Moet het object worden voorbereid?
Nee. De vastlegging is optisch en zonder targets. Gepolijst metaal is het lastige geval voor elke optische scanner; test uw eigen objecten tijdens een demo.
Welke formaten heeft onze vergelijkingssoftware nodig?
Artec Studio exporteert OBJ, PLY, STL en E57, die vergelijkings- en analysepakketten rechtstreeks importeren.

Vertel ons over uw werk
Een specialist forensische toepassingen komt terug met het apparaat dat erbij past, de nauwkeurigheid die u op die schaal mag verwachten en de manier waarop de data in uw bestaande workflow terechtkomen.