Werktuigsporen
Een werktuigspoor is een negatief van het werktuig dat het heeft gemaakt: striaties, randbreedte, aanvalshoek. Traditionele bemonstering betekent een siliconenafdruk of het verwijderen van het oppervlak waarop het zit — beide eenmalige pogingen.
3D-scannen legt het spoor ter plaatse vast op 0,05 mm, zonder contact, zodat de vergelijking met een inbeslaggenomen werktuig op gemeten geometrie gebeurt en het spoor zelf blijft waar het was.
Er zijn geen gevoelige zaakgegevens nodig.
Kunnen werktuigsporen in 3D worden vastgelegd?
Ja — met een nauwkeurigheid tot 0,05 mm en een resolutie van 0,1 mm met een handheld scanner, of 0,005 mm op een desktopsysteem voor objecten die naar het laboratorium komen, zonder afdruk te maken of het oppervlak te verwijderen.
StriatiedetailAfzonderlijke striaties opgelost op 0,1 mm.
Geen afdruk, geen liftingHet spoor blijft op de deur, het kozijn, het slot.
Gemeten vergelijkingRandbreedte, hoek en afstand tussen striaties tegen een inbeslaggenomen werktuig.
Opnieuw te onderzoekenEen tweede werktuig jaren later getoetst tegen hetzelfde spoor.
Waarom vergelijking van werktuigsporen geometrie vraagt, geen foto of afdruk
Vergelijking van werktuigsporen is een vergelijking van driedimensionale vorm: de breedte van een blad, de afstand tussen striaties, de hoek waaronder het werktuig het oppervlak raakte. Een foto legt het spoor vast onder één lichthoek, en striaties die onder strijklicht duidelijk zijn, verdwijnen onder een andere. Een siliconenafdruk legt de vorm één keer vast en kan niet worden herhaald als hij mislukt.
De Artec Spider II legt het spoor ter plaatse vast met een nauwkeurigheid tot 0,05 mm en een resolutie van 0,1 mm — op een slotcilinder, een raamkozijn, een kluisdeur — zonder dat er een medium wordt aangebracht. Het model wordt gemeten en direct vergeleken met een scan van een inbeslaggenomen werktuig, en de vergelijking kan door een andere onderzoeker worden herhaald op dezelfde bestanden.
Voor objecten die naar het laboratorium komen haalt de Artec Micro II 0,005 mm op een geautomatiseerd desktopplatform, waardoor zeer fijne striaties binnen bereik komen.
De workflow, van begin tot eind
Leg eerst ter plaatse vast; breng het object daarna naar het laboratorium als de zaak dat toelaat.
1. Plaats het spoorEen brede scan legt vast waar het spoor zit — de deur, het kozijn, de insluipplaats.
2. Leg ter plaatse vastScan uit de hand van dichtbij op 0,05 mm, zonder het oppervlak aan te raken.
3. VerwerkenFuseer tot een model dat de striaties als geometrie vasthoudt.
4. VergelijkenLijn uit tegen een scan van het inbeslaggenomen werktuig; meet breedte, hoek en afstand tussen striaties.
5. ArchiverenBewaar het spoor en het referentiestuk als bestanden; herhaal de vergelijking telkens wanneer een nieuw werktuig in beslag wordt genomen.
Welke scanner voor dit werk
Ter plaatse op de plaats delict, of op de labtafel in het laboratorium — twee verschillende schalen van hetzelfde werk.

Artec Spider II
- Ideaal voor
- Sporen ter plaatse — kozijnen, sloten, kluizen
- 3D-puntnauwkeurigheid
- Tot 0,05 mm
- 3D-resolutie
- Tot 0,1 mm
- Lichtbron
- Blauw gestructureerd licht, geen targets op het oppervlak
- Draagbaarheid
- Handheld, met kabel aan een laptop
De Spider II lost striaties op met een nauwkeurigheid tot 0,05 mm en een resolutie van 0,1 mm, uit de hand, met blauw gestructureerd licht dat het volhoudt op gelakte en metalen oppervlakken. Het spoor blijft waar het was.

Artec Micro II
- Ideaal voor
- Objecten die naar het laboratorium komen
- 3D-puntnauwkeurigheid
- Tot 0,005 mm
- 3D-resolutie
- Tot 0,04 mm
- Vastleggen
- Desktop, volledig geautomatiseerde draaitafel
- Objectgrootte
- Tot 200 × 200 × 150 mm
De Micro II legt een slotcilinder, een fragment of een inbeslaggenomen werktuig vast tot op 0,005 mm op een geautomatiseerde draaitafel — het fijnste detail dat een scan kan vasthouden, herhaalbaar voor elk object dat binnenkomt.
Zie striaties opgelost op 0,05 mm en als geometrie vergeleken met een werktuig — vraag een demo aan voor uw laboratorium.
Vraag een demo aanVragen uit de praktijk
Hoe fijn kan een striatie worden opgelost?
De Spider II lost detail op met een resolutie van 0,1 mm ter plaatse. Voor fijner werk aan objecten die naar het laboratorium komen, haalt de Micro II 0,005 mm nauwkeurigheid.
Moet het oppervlak worden voorbereid?
Nee. De vastlegging is optisch en zonder targets. Glanzend, gepolijst metaal is moeilijker voor elke optische scanner; vraag om uw moeilijkste voorbeeld tijdens een demo in plaats van een mat proefstuk.
Kunnen wij nog een afdruk van het spoor maken?
Ja. Bij het scannen wordt niets aangebracht, dus een siliconenafdruk blijft mogelijk als het laboratorium een fysiek referentiestuk wil.
Hoe wordt de vergelijking gedaan?
Een scan van het spoor en een scan van het werktuig worden uitgelijnd in Artec Studio of geëxporteerd — OBJ, PLY, STL, E57 — naar de vergelijkingssoftware die uw laboratorium al valideert.

Vertel ons over uw werk
Een specialist forensische toepassingen komt terug met het apparaat dat erbij past, de nauwkeurigheid die u op die schaal mag verwachten en de manier waarop de data in uw bestaande workflow terechtkomen.